Openbaarheidsdag

Sinds 2010 is het jaarlijks op de 1e of 2e dag in januari Openbaarheidsdag. Ministeries en andere overheidsinstellingen dragen na 20 jaar hun archieven over aan een archiefinstelling. Afhankelijk van of de inhoud de privacy van de betreffende nog levende personen kan schaden, wordt de openbaarheid maximaal 75 jaar uitgesteld. Maar vaak is dit korter. Die datum wordt vooraf bepaald. Op 1 januari werden door het Nationaal Archief van duizenden vertrouwelijke documenten de zegels verbroken. Vanaf dat moment zijn ze openbaar.

Op 2 januari 2018 kwamen er allerlei interessante documenten uit de archieven op tafel. Onder andere 180.000 dossiers van het Nederlands Beheerinstituut (NBI) dat tussen 1945 en 1967 bezig is met het opsporen, beheren en eventueel afnemen van vermogens van landverraders, van Duitsers in Nederland en van tijdens de oorlog verdwenen personen. Meestal gedeporteerde of ondergedoken Joden.

Ook zijn er veel documenten uit het archief over de dekolonisatie van Nederlands-Indië openbaar gemaakt. Veel correspondentie, bijvoorbeeld van J.W. Meijer Ranneft, invloedrijk ambtenaar en lid van de Raad van State. Meijer Ranneft maakte zich sterk voor het behoud van Nederlands-Indië. Zijn correspondentie is onder andere gericht op minister-president Schermerhorn, Soekarno en minister van Mook. Dat niet iedereen blij was met de onafhankelijkheid van Indonesië wordt in deze documenten goed duidelijk.